Op het station aangekomen, loopt zij met vlugge passen naar de kiosk. Ze verheugt zich op een heerlijk geurend kopje koffie voor in de trein. Om af te rekenen haalt ze haar portemonnee tevoorschijn, stopt hem terug in haar tas en met een afwezige blik in haar ogen loopt ze verder naar de trein. Haar koffie blijft hulpeloos achter op de toonbank. Eenmaal op het perron denkt ze plots: “Maar wacht eens even, ik had toch een cappuccino gekocht!” Het is te laat om terug te rennen en teleurgesteld stapt ze de trein in zonder de duurbetaalde koffie. Het is weer gebeurd!

Suffe actie? Ja, maar dit is wat mij keer op keer overkwam in de tijd dat ik midden in een depressief dal zat. Daarbuiten is mijn concentratievermogen doorgaans uitstekend.

Als je het woord ‘depressie’ in gedachte neemt, denk je waarschijnlijk als eerste aan emotionele zaken als somberheid of moedeloosheid. Een overdaad aan negatieve emoties is slechts één aspect van deze complexe aandoening. Heel vaak gaat het gepaard met cognitieve problemen als geheugenverlies en concentratiestoornissen.

In die periode kon ik mijn hoofd er vaak niet goed bijhouden. Midden in een gesprek raakte ik afgeleid door mijn eigen gedachtes en als ik begon aan een prachtig nieuw boek, wist ik bij pagina twintig nauwelijks wat ik gelezen had. Wat doe je dan, opnieuw beginnen of je boek wanhopig wegleggen? ‘Laat maar, het heeft toch geen zin.’

Als je dit veel tegenkomt in je leven, dan is de kans aanwezig dat je last hebt van depressieve verschijnselen. Waarschijnlijk heeft dit ook effect op je sociale leven en, niet te vergeten, op je werk. Als je je iedere keer weer moet afvragen waar je ook alweer mee bezig was, zal dit je productiviteit en werkplezier niet ten goede komen.

Depressie als psychologische stress-reactie

Wat is het nu dat je je in een depressie niet kunt concentreren? Je zou depressie een psychologische stress-reactie kunnen noemen. Als je depressief bent, produceer je namelijk non-stop negatieve gedachtes over jezelf: er is geen plek voor mij, niemand houdt van mij, ik doe er niet toe…. Je valt als het ware jezelf aan. Daarmee geef je jezelf de boodschap dat het hier op aarde voor jou een onveilige plek is. Onveiligheid veroorzaakt alertheid en een gespannen lichaam dat zich voorbereidt op een confrontatie. Het lichaam maakt nu eenmaal geen onderscheid tussen beren op de weg en beren in je hoofd, met andere woorden alleen al een gedachte aan een enge beer doet je lichaam reageren alsof hij levensecht voor je staat. In beide gevallen ga je dus acuut stress-hormonen aanmaken, in het bijzonder cortisol.

Verhoogd cortisol

Op de korte termijn en in bepaalde spannende situaties heeft cortisol een bijzonder nuttige functie. Zo verhoogt het je hartslag en krijgen de spieren meer glucose aangevoerd. Op de langere termijn heeft het daarentegen allerlei schadelijke effecten als verhoogde bloeddruk, onderdrukking van het immuunsysteem, suikerziekte en darmklachten. Houdt het langere tijd aan, dan wordt slapen steeds meer een probleem en kun je je ook moeilijker concentreren.

Een overbelast werkgeheugen

In een depressie besteed je veel tijd aan piekeren en malen, herhalende gedachtes die nooit tot een oplossing leiden. Deze piekergedachtes zou je in verschillende soorten kunnen onderverdelen:

  • Je herkauwt, doorspit, herbeleeft alsmaar bepaalde pijnlijke situaties in het verleden zonder tot een nieuw inzicht omtrent die gebeurtenis te komen of de pijn daadwerkelijk te verwerken;
  • Het kan ook de toekomst betreffen: je probeert uit alle macht een mogelijke angstige situatie te bezweren door alle scenario’s vooraf uit te denken;
  • Je draait telkens opnieuw negatieve overtuigingen over jezelf af in de trant van ‘niemand zit op mij te wachten’, ‘zie je wel, ik kan het niet’, et cetera.

Waarschijnlijk ken je ze alle drie, maar kijk eens welke de boventoon voert bij jou. In alle gevallen beleef je in je hoofd alsmaar onaangename situaties die jouw lichaam herkent als echt. Al deze gedachtes hebben het volgende gemeenschappelijk:

  • Geen van deze gedachtes gaat over de werkelijkheid zoals die op dit moment is: je richt je namelijk of op het verleden of op de toekomst of op onwaarheden over jezelf;
  • Je komt er nooit uit. Piekergedachtes hebben geen sturing en gaan daarom met jou op de loop;
  • Al deze negatieve gedachtes zetten je lichaam aan om cortisol te produceren, omdat ze jou het gevoel geven dat het onveilig is. Ook in het geval van een negatieve overtuiging, ben je jezelf aan het aanvallen.
  • Ze kosten zoveel van je werkgeheugen dat er geen ruimte meer over is voor – je raadt het al – wat er gebeurt in het moment zelf. Het is niet mogelijk om zo intensief met het verleden of de toekomst bezig te zijn en ook nog eens aandacht over te hebben voor wat er om je heen gebeurt.

In een depressie lijk je niets onder controle te hebben. Je voelt je hulpeloos overgeleverd aan de maalstroom van onaangename, pijnlijke gedachtes die je brein produceert. Net als dat vergeten kopje koffie op de toonbank, wacht je af tot er een heldere gedachte voorbijkomt die je attendeert op de werkelijkheid. Waar is degene die de regie neemt? In mijn volgende blog zal ik hier verder op ingaan en je enkele handvatten geven om die heerlijke cappuccino niet te laten staan. Het is toch zonde!

Mocht je je heel erg herkennen in de beschreven situatie, neem dan eens contact op voor een kennismakingssessie.

 

Pin It on Pinterest